Skip to main content

Hoe ontwikkelde het migratiedebat zich dit millennium? Om die vraag te beantwoorden, analyseerden De Groene Amsterdammer en de Universiteit van Amsterdam, nieuwsartikelen uit de vier grootste kranten en van nos.nl en uitspraken uit de Tweede Kamer. Ze verzamelden data waarin bekende migratietermen voorkwamen: migrant, migratie, vluchteling, asielzoeker, gastarbeider, expat, internationale/buitenlandse student en meer. Over een periode van 2000-2025 (nos.nl vanaf 2010) resulteerde dit in 150.000 nieuwsartikelen en 26.000 spreekbeurten. Ze keken vervolgens naar algemene trends, welke migratietypen de meeste aandacht kregen, en waar verschillende groepen migranten mee werden geassocieerd.  

Hier volgen een aantal uittreksels uit een artikel dat verscheen in de Groene Amsterdammer.  

"Een populaire metafoor in de migratie-artikelen is die van de ‘stroom’, blijkt uit onze data-analyse. Het woord komt voor in een kwart van de nieuwsartikelen waarin over vluchtelingen wordt geschreven. Tussen 2015 en 2020 is ‘stroom’ het woord dat het meest naast ‘vluchteling’ wordt gezegd in de Kamer, in de kranten was alleen ‘crisis’ een populairdere woordassociatie. Deze ‘watertaal’ creëert volgens experts een afstand tot de migrant: de Syriërs zijn geen individuen op de vlucht voor hun leven, maar een massa mensen die opstroomt naar ons land."

‘Die verharding heeft effect op hoe mensen naar migratie en migranten kijken’, reageert Rachid Azrout, onderzoeker in politieke communicatie en journalistiek, vanuit zijn werkkamer op de Universiteit van Amsterdam (UvA), op loopafstand van het ziekenhuis waar hij geboren is. ‘Als het woord “immigrant” vaak voorkomt in combinatie met termen als “stroom” of “tsunami”, dan beïnvloedt dat hun beeld. Die associaties herhalen zich: migratie wordt gekoppeld aan woningnood, overlast, of geweld tegen vrouwen.’

‘Migratie raakt mensen emotioneel, omdat het over identiteit gaat. Wie zijn wij, wie ben ik, en wie is de ander? Bij discussies over migratie gaat het vaak om de vraag wie er wel of juist niet bij horen. Media en politiek spelen daarin een belangrijke rol. Ze reproduceren immers onze culturele ideeën en identiteiten – de verhalen die we over onszelf vertellen.’"

En als we dit dan  naar Vlaanderen trekken: Vluchtelingenwerk Vlaanderen en 11.11.11. heeft een framinggids ontwikkeld.  In die gids wordt framing omschreven: "Framing is het kiezen van woorden en beelden om een onderwerp betekenis te geven. Via framing vertel je jouw publiek wat er belangrijk aan is: je belicht bepaalde aspecten en laat andere achterwege.

Zo kun je bijvoorbeeld een verhaal over migratie vertellen vanuit de ontberingen en ellende van mensen op de vlucht. Dan belicht je migratie vanuit het frame van het ‘onschuldige slachtoffer’, die moet kunnen rekenen op onze hulp en zorg. Een heel ander perspectief op migratie bieden beelden van jonge mannen die met tientallen tegelijk in Marokko tegen de hekken klimmen om Spanje te bereiken. Dat beeld vertelt het verhaal van migranten als ‘indringers’ die in Europa hun geluk komen beproeven.

Frames grijpen terug op gedeelde waarden, normen, archetypes en mythes. Ze maken duidelijk waarom een issue als migratie een probleem is, wat de oorzaken en gevolgen zijn, en wat de morele onderbouwing daarbij is. Frames worden geactiveerd met woorden, beelden, metaforen, argumenten en voorbeelden. Daarnaast
zijn ze te herkennen aan logische redeneringen over oorzaken, gevolgen en oplossingen. Deze redeneringen hoeven niet expliciet in de communicatie te worden genoemd. Eén foto van een verdronken Syrisch jongetje volstaat bijvoorbeeld om de hele gedachtegang op te roepen van het onschuldige slachtoffer en onze morele plicht om te helpen.

Bronnen:

x

Please add some content in Animated Sidebar block region. For more information please refer to this tutorial page:

Add content in animated sidebar