Zelfs in de valei des doods streeft de menselijke geest naar het licht. Deze Pasen, in het land waar de wederopstanding voor het eerst werd verkondigd, zijn er geen lelies, geen hymnes, geen wake bij kaarslicht. Alleen de koppige hartslag van het overleven onder een belegering.
In Gaza luiden de klokken niet. De Heilige Familiekerk, het oudste en laatst overgebleven katholieke heiligdom van Gaza, is nu een pantser. De stenen muren zijn getekend door artilleriebeschietingen en het altaar ligt begraven onder het puin. Hier ontving pater Gabriël ooit honderden kerkgangers voor de paasmis. Dit jaar begroef het kerkgebouw hele families. De banken zijn kapot. Het glas in lood brak. Alleen het kruis staat nog overeind: een eenzaam silhouet tegen een door drones geblakerde hemel. Toch kwamen de gelovigen bijeen.
Ze kwamen niet gekleed in het wit, maar gewikkeld in keffiyehs en dekens. Ontheemd, rouwend, opstandig. Kinderen beschilderden hun paaseitjes niet met verf, maar met de as van afgebrande huizen. Op stukjes karton krabbelden ze de woorden: ‘We zijn er nog.’ En toen de priester fluisterde: “Hij is opgestaan”, fluisterde een rouwende moeder terug: “Zo moeten ook wij zijn.”
De waarheid is grimmig: deze Pasen ontvouwt zich in de schaduw van genocide. Uithongering, de oudste misdaad, wordt gebruikt als oorlogsmethode tegen Palestijnen. Dat is niet toevallig. Het gaat om opzet. Het is gepland.
Terwijl Palestijnse kinderen verhongeren, blijft de EU het land financieren, bewapenen en de betrekkingen met het regime dat de blokkade heeft opgelegd normaliseren. Ondanks dat artikel 2 van de associatieovereenkomst tussen de EU en Israël de samenwerking afhankelijk stelt van eerbiediging van de mensenrechten, blijft de overeenkomst van kracht. Ondanks het gemeenschappelijk standpunt van de EU over wapenexport, dat overdracht verbiedt wanneer er een duidelijk risico bestaat op schending van het internationaal humanitair recht, blijven de wapens toestromen.
Pasen in Gaza is dus niet alleen een tragedie. Het is een morele aanklacht. Want terwijl Europa de wedergeboorte van de lente viert met chocolade en narcissen, begraven Palestijnse christenen – die tot de oudste christelijke gemeenschappen ter wereld behoren – hun kinderen onder olijfbomen en puin.
Als we het christelijk erfgoed van Europa erkennen, erkennen we ook de christelijke aanwezigheid in Palestina. Het land waar Christus geboren is, herbergt nu massagraven. De olijfgaarden waar Jezus liep, worden platgewalst door militaire tanks. Het land van de wederopstanding is een plaats van gemanipuleerde hongersnood geworden.
Tijdens deze Pasen moet Europa opstaan. Schort de associatieovereenkomst tussen de EU en Israël op. Handhaaf een wapenembargo. Handhaaf het internationaal humanitair en strafrecht. Erken de staat Palestina, niet als een uiting van sentiment, maar als een belofte om een einde te maken aan permanente ontheemding, belegering en ontmenselijking.
Want in Gaza draait Pasen niet om traditie. Het gaat om overleven. En de kinderen van Gaza kijken toe. Dat geldt ook voor de geschiedenis.
Lees het volledig opiniestuk van Dr. Amal Jadou Shakaa, de ambassadeur van de staat Palestina bij de Europese Unie, België en Luxemburg. Daarvoor was zij plaatsvervangend minister van Buitenlandse Zaken en speciaal adviseur van de premier voor EU-zaken. De vertaling van haar bijdrage is van Rein van Gisteren.
Bron: dewereldmorgen